Parijs was vier dagen mijn decor.
Feest dus.
En werken.
Kijken wat ik had gemist.
Kijken wat hip en hot was.
Mode.
Eten.
Wat betreft dat laatste.
In deze stad eet je net zo makkelijk Koreaans als een croissant.
Deed ik dus.
Ik at bibimbap.
Geen idee hoe je het uitspreekt.
En ik dronk thee van boekweit.
Zag eruit als vogelvoer.
Maar verrassend lekker.
Bij aankomst keek Doutzen Kroes me vanaf een billboard aan.
Sans Filtre.
Stond er speciaal bij.
Parijs is het andere Frankrijk.
Meer de wereld van Oudste dan van mij.
Zij beweegt hier alsof ze is geboren tussen metrolijnen en matcha.
Ik niet.
Ik kijk.
Ik volg.
Met lichte verbazing.
Dankzij ChatGPT had ik trouwens geen complete metroblunders.
Nou ja, alleen dat papieren kaartje dan.
Verder blijft Parijs vooral veel.
Mensen.
Geluid.
En toch, en toch kon je niet over de hoofden lopen.
Er was lucht.
Ruimte zelfs.
En kunst.
Overal.
Zelfs waar ik niet zocht.
Ook bleken we te kunnen lunchen in een zaak met houten lambrisering.
Met foto’s uit een vorige eeuw, aardewerk aan de muur.
Rode banken om tegenaan te kruipen.
Jongste en ik keken elkaar aan boven ons bord.
Dit was echt goed.
Was achteraf een favoriet van Mara Grimm.
Zo’n bekende van tout Amsterdam, die ik dan niet ken.
Ik dacht gewoon, hier moeten we heen, dit ziet er wel vertrouwd Frans uit.
Blijk ik toch iets trendwatcherigs in me te hebben.
Al voelde ik na vier dagen wel mijn leeftijd in elke stap.
Maar hé.
Parijs is geen stad voor rust.
Weet iedereen.
En toch.
Er waren plekken waar de drukte dimt.
Waar de stad zachter praat.
Waar je schoenen kunt passen zonder 88 andere klanten.
Ja, ik signaleerde iets in Parijs.
Er leek iets gaande.
Die TikTok-rijen van de vorige keer?
Ik zag ze niet meer.
Let op : deze trendwatcher voorspelt het.
Rust wordt de nieuwste trend.
Telefoons gaan van tafel.
Algoritmes zijn uit.
De Gouden Gids komt terug.
En plattelandsvrouwen worden weer hip.
-

Trendwatcher
-

Le Loto
De zaal is al helemaal vol wanneer ik binnenkom.
Tafels tegen elkaar aan.
Stoelen krap.
Jassen over leuningen.
Handtassen op schoot.
Opgewonden gelach.
Zacht geroezemoes.
En meteen kan ik twee misverstanden wegstrepen:
le loto (bingo) is niet alleen voor vrouwen.
En het is wél voor alle leeftijden.
Brillen aan kettinkjes maar ook twintigers, dertigers.
Een onwaarschijnlijke mix die elkaar hier volkomen logisch vindt.
Voor iedereen liggen de kaarten.
Vijfentwintig vakjes.
Sommigen hebben er tien.
Of twintig.
Ambitie kent geen bovengrens.
Soms met plakband vast op tafel.
Fiches liggen in bakjes.
Of in lege jampotjes.
Iedereen lijkt precies te weten wat ze doen.
Ik blijf achter.
Enige Nederlandse hier, natuurlijk.
Mijn collega’s zeggen: “Koop gewoon zes kaarten.”
Zes kansen op glorie.
Optimisme is hier nog betaalbaar.
Om drie uur begint het.
Man achter de microfoon.
Vrouw ernaast met de draaimolen vol balletjes.
Dan volgen de eerste cijfers.
Doodstil wordt het.
Snel achter elkaar.
Grapjes ertussendoor.
Ik mis de clou.
Of lach een fractie te laat.
Buitenlander, hè.
Want ik tel, ik vertaal.
Franse cijfers zijn een hindernisbaan.
Zeventig is zestig plus tien.
Tachtig is vier keer twintig.
Negentig is dat ook nog eens plus tien.
Om mij heen schuiven fiches.
Met de kalmte van mensen die dit al dertig winters doen.
Er wordt gespeeld op rijen.
Op lijnen. Op diagonalen. Op de hele kaart.
Kleine prijzen eerst.
Koekjes.
Pasta.
Flessen waar niemand blij van wordt, maar die wel mee naar huis gaan.
Winnaars staan trouwens nooit op.
Ze roepen iets.
Kort.
De zaal controleert direct.
Streng, maar rechtvaardig.
Alles klopt.
Applaus.
Niet uitbundig.
Gewoon tevreden.
Dan schuiven de fiches weer terug.
Gaat iedereen onverstoorbaar verder.
Voor de grote prijzen.
“Dit is le golf des pauvres,” fluistert mijn buurvrouw.
Maar zonder groene velden.
Geen cart.
Wel rituelen.
Het tikken van fiches.
Het zorgvuldig afstrepen van cijfers.
Sommigen horen hier zichtbaar bij.
Ik overduidelijk niet.
Nul prijzen, ook.
Misschien moet ik toch eens gaan golfen. -

Vijf ton
Deze week het nieuws.
Een gemiddeld gezinshuis in Nederland kost een half miljoen euro.
Gewoon gemiddeld.
Vijf ton.
Niet groot.
Niet bijzonder.
Gewoon om te wonen.
Ooit was een half miljoen in mijn jeugd een villa.
Nu een rijtjeshuis.
Met drie slaapkamers.
En buren die je hoort denken.
Ik las het hier, in Frankrijk.
Op het platteland.
Waar vierkante meters nog iets tellen.
Ook buiten de Ring gaat het hard.
Neem Overijssel.
Toch nooit een hypegebied.
Toen Man en ik erheen trokken, keek iedereen alsof we iets moesten goedpraten.
Alsof Almelo een sollicitatiegesprek was.
Nu stijgen de prijzen daar rond de tien procent.
Niet omdat het mooier werd.
Maar omdat kopers elkaar voor de voeten lopen.
Omdat iedereen moet bieden.
Ook als het nergens over gaat.
In Frankrijk stijgen de prijzen ook.
Maar trager.
Rustiger.
In 2025 soms nauwelijks.
Het hangt van de plek af.
In de Cevennen laten ze zich niet opjagen.
Gemiddeld ligt het hier ver onder wat in Nederland instap heet.
Frankrijk is goedkoper.
Nou ja.
Tot je kijkt naar de huizen die buitenlanders kopen.
Vrijstaand.
Met grond.
In populaire streken.
Opvallend vaak Britten.
Belgen.
En Nederlanders.
Die daar verkochten.
En hier kopen wat daar verdwenen is.
Wie in Frankrijk koopt, rekent.
Wie ooit terug wil, rekent ook.
Zich arm of rijk.
En dan blijkt dat de markt soms vóór je kiest.Foto bij de blog: een capitelle. Drooggestapeld steenwerk, geen muren, geen ramen. Volledig opgenomen in het landschap.
-

Hier is nog niets,
zegt het scherm van mijn auto,
op een bepaalde hoek,
als ik naar huis rijd.
Altijd precies op hetzelfde punt.
Tussen bomen en rotsen en struiken.
Geen huizen.
Ik weet het precies.
Ben ik net in gesprek.
Hoor ik mezelf halverwege de zin verdwijnen.
Zo’n plek heeft hier een specifieke naam.
Zone blanche.
Nooit echt een groot gebied.
Nou ja.
Niet als je met de auto bent.
Een vlek zonder bereik.
En dat terwijl Frankrijk vol staat met 5G-masten.
Meer dan vijftigduizend.
Zelfs in Les Brousses.
Daar verscheen onlangs de eerste.
Klinkt alsof alles het altijd moet doen.
Meestal is dat ook zo.
Behalve hier.
Thuis is er glasvezel.
Dat voelt als zekerheid.
Tot het verdwijnt.
Vlak voor Kerst was er storm.
Telecom lag eruit.
Resultaat?
Een hele week geen internet.
Geen tv.
In Bessèges viel alles uit.
In de huisartsenpraktijk geen recepten beschikbaar.
Geen dossiers in te zien.
Geen afspraken te maken.
Pakketjes konden niet worden opgehaald.
Supermarkten schakelden over op cash.
Of sloten tijdelijk de deuren.
Contant geld werd onmisbaar.
Het is hier stil geweest.
Zei mijn buurvrouw.
Kerst zoals vroeger.
Zonder beeldschermen
In het begin hadden ze nog gedacht dat het maar tijdelijk was.
Maar toen duidelijk werd dat het niet snel over zou gaan,
begonnen de echte problemen.
Die meer dan een week duurde.
Altijd bereikbaar is niet de realiteit.
Hier.
Soms is er niemand.
Geen stem.
Geen melding.
Geen verwachting.
Zelfs geen wachtmuziekje van een telefoonlijn.
Ik rijd de bocht weer om.
Het scherm licht opnieuw op.
Hier is nog niets. -

Armoede met korting
Het jaar is voorbij.
Tijd voor een frisse start.
Nederland duikt de vrieskou in.
En ik lees kranten vol waarschuwingen voor gladheid en vorst.
In de Cévennen voelt min vijf als een doorsnee winternacht.
Maar ja, overdag schijnt de zon.
De lucht is strakblauw, bijna brutaal helder.
Januari voelt hier niet echt als een maand.
Maar meer als een startschot.
Want van 7 januari tot 3 februari is het winteruitverkoop in Frankrijk.
Soldes d’hiver.
De overheid bepaalt de data.
Niet eerder.
Niet later.
Officieel wordt dat trouwens bescherming genoemd.
Maar het voelt als een dictaat.
Fransen wachten echter gewoon af.
Geduldig.
Bijna plechtig.
Tot het sein op groen gaat.
Dan barst het los.
Niet chaotisch.
Meer een ballet van mandjes, jassen en handen.
Parijs verandert in een groot koopjesparadijs.
Kortingen lopen op naarmate de weken verstrijken.
Zelfs Croix-Rouge doet mee.
Een jas voor slechts drie euro.
Leer voor vijf.
Soms twee voor de prijs van één.
Armoede met korting.
Belachelijk.
En onweerstaanbaar.
Want iedereen lijkt iets te pakken dat hij eigenlijk niet nodig heeft.
Het mooie hier is wel: geen oude rommel uit het magazijn.
Alles hing kort daarvoor nog in de winkel.
Nee, soldes is serieus.
In Nederland kan daarentegen korting altijd.
HEMA plakt gewoon stickers wanneer het uitkomt.
Altijd een percentage.
Altijd ergens een aanbieding.
Het verschil is duidelijk.
Hier twee keer per jaar chaos en discipline tegelijk.
Daar altijd een beetje rommel en goedkoop gedoe.
Iedereen kan kopen.
Altijd.
Maar hier is het ritueel.
En he, ik ben natuurlijk zelf ook niet roomser dan de paus.
Eind januari ga ik wel weer naar Parijs.
Met de trein vanaf Nîmes.
En Jongste komt dan weer vanuit Amsterdam.
Om te kijken wie zich niet beheerst.
Om te zien of ik de discipline nog kan volgen.
En uiteraard om mezelf te betrappen op iets dat ik totaal niet nodig heb, maar toch meeneem. -

De Koning
Ik schrijf weer.
Na ruim drie weken niets.
Vijf december was immers de laatste keer.
Dat merk je niet aan de wereld.
Maar wel aan mij.
Want het einde van het jaar heeft altijd iets dubbels.
Een soort halte tussen wat was en wat komt.
Alsof de tijd zijn jas nog even over de stoel hangt.
Dit jaar al helemaal.
Er werd namelijk een kindeke geboren op aard.
Mijn kleinzoon. Ons leeuwtje.
Oudste werd moeder.
En ik ontdekte toen dat er diep in mij nog een noodvoorraad adrenaline lag.
Ongebruikt maar houdbaar.
Kijk, ik was nooit echt een moeder die met thee en koekjes zat te wachten.
Maar bij oorlog hè, dan kun je me inzetten.
Drie weken draaide ik op scherp.
Het oerinstinct kent namelijk geen pensioenleeftijd.
De koning zei daar iets over met Kerst.
Over beschermen.
Over die wereld die we willen achterlaten voor onze kinderen.
Over ruimte om te ontdekken.
Over dat fouten maken bij groeien hoort, en dat het niet onze taak is om alles weg te nemen, maar om iets te laten bestaan.
Zelfs voor dingen die nog niet bestaan.
Sinds vijf jaar was ik trouwens met Kerst weer in Nederland.
Het land was hetzelfde.
En ook weer niet.
Ik keek.
Ik vergeleek.
Ik zag mensen van wie ik dacht dat ze oud waren geworden.
Dat dachten zij uiteraard ook van mij.
Nederland was groots.
Vol.
Comfortabel.
Een huis in de stad waar alles te koop is.
Waar kerst geen stilte kent, maar Disneyfiguren.
Waar je tegenwoordig een gluten- en lactosevrije oliebol eet.
En waar luxe binnen drie dagen weer gewoon is.
Nu ben ik sinds vier dagen weer terug.
In Frankrijk.
In de Cevennen is het ochtend.
De zon schuift langzaam over de heuvels.
Mist hangt nog laag in de dalen.
Het hout ruikt nat en naar aarde.
Mijn hoofd hoeft niets meer te bewaken.
Mijn lichaam staat weer uit.
Ik haal hout.
Ik zet koffie, maak kippensoep.
Drie weken Nederland zitten nog in mijn spieren.
Hier is stilte de luxe.
Hier is vrijheid geen idee maar een handeling.
Een nieuw jaar dient zich aan.
De lucht is koud maar helder.
2025 loopt ten einde.
Met alles wat was, en alles wat nog komt.
Vanuit Frankrijk leef ik mee en verder.
Want opvoeden is ook loslaten.
Zei de koning. -

Histoire
Onderweg had ik het al gezien.
Grote strikken in de bomen.
Veel lichtjes.
En in de hal van Croix Rouge stond alles klaar.
Dozen vol gedoneerde kerstballen.
Glitters. Slingers. Dertig Pere Noel.
Alles om licht binnen te halen.
Zelfs la crèche de Noël, in een hoekje, weliswaar.
Officieel mag dit namelijk niet.
Il est né le petit enfant, klinkt het.
Terwijl heel Frankrijk vergadert over kerststallen in gemeentehuizen.
Kerst vind je niet daar maar ergens anders.
Onverwacht.
Zoals, vierendertig jaar geleden,op Schiphol.
Achtendertig weken zwanger.
Dik van geluk en ongemak.
Man en ik dachten laat, maar niet te laat.
Toch maar liever Nederland dan Mukumu.
Deuren van de gate gingen open.
Overspoeld werd ik.
Muziek. Licht. Slingers. Tienduizenden kerstballen.
Verdwalen en thuiskomen tegelijk.
Zoiets was het.
Zoiets is het nog steeds.
Als je emigreert.
Toen werd het Groningen.
Een vrouw moet toch ergens bevallen.
In mijn geval: de geboortestad van mijn ouders.
En nu herhaalt die geschiedenis zich.
Want juist dát kind, geboren in Groningen, werd de wereldreiziger.
Ze plande haar zoon in het Caribisch blauw te baren.
Maar soms is de wereld groot, en kies je toch voor Almelo.
L’histoire se répète.
Levens gaan.
Generaties draaien.
Patronen keren terug.
Blijkbaar.
Zwervend, maar geworteld.
Zijn wij.
Is zij.
Nog even wachten.
Dan rijden Man en ik naar Nederland.
Langs benzinepompen vol plastic kerstbomen.
Lauw koffie uit de automaat.
De radio staat te hard: Driving Home for Christmas.
Het vertraagde ritme van de Route du Soleil in december.
En dan komen alle oude verhalen tot leven: kerstlichtjes en een kind dat geboren wordt.
Il est né le petit enfant.NB 1: Op 4 december is in Almelo Leo Luke Hassell Kral geboren. NB 2: dit is de laatste blog van 2025, volgend jaar ben ik er weer.
-

Expeditie
Ok, het plan leek simpel.
En zoals wij zijn: vooral optimistisch.
Nou ja, ik dan.
Want het voelde als een uitstekende wandelzondag.
De zon stond laag en helder.
We hadden goede schoenen.
Dikke truien. Muts op de kop. En twee iPhones.
Tuurlijk, we hadden meer vertrouwen dan routekennis,
maar hé dat is traditie.
Chat had een route beloofd die klonk als een wandeling voor beginners.
Een lus van twee uur en driekwart, acht kilometer.
Een kwestie van lopen, kijken, koekje eten.
Startpunt: parking bij de mairie van Bordezac.
Daarna omhoog via Bordezac Croix.
Volg de gele balisering, stond er.
En het duurde best even voordat de Cévennen hun tanden lieten zien.
Het pad werd langzaam rotsachtiger.
Smaller.
Stugger.
En steeds moeilijker te volgen door de vele gevallen bladeren.
Het bleek slechts de inleiding.
Want klimmetjes doken daarna op als cliffhangers.
Tussen de dennen verschenen verse bloedsporen van zwijnen.
Het winterblauw sneed door de lucht.
Maar in de verte zagen we de besneeuwde Alpen.
Dit uitzicht tilde alles naar de categorie episch.
Maarrrrr beseften we toen.
Deze wandeling is lang.
Dit is geen rondje.
Dit is een expeditie.
De stappen die we eerst met bravoure zetten,
veranderden in stappen met geluid.
Tijdens de afdaling bedacht Man dat liften ook een sport kan zijn.
Omdat het pad via Col de Peras naar beneden volgen,
in de plaats van de weg, geen optie meer leek.
Maar de autoweg bleef leeg en stil.
Tja, je bent in de Cévennen.
Gelukkig kwam onze reddende borrelafspraak op tijd de hoek om.
Nog voor het licht achter de heuvels zou verdwijnen.
En wij door de avond werden opgeslokt.
Thuis strompelden Man en ik de trap op.
Maandag keken we nog maar eens op een papieren wandelkaart.
Ja ja, tuurlijk moet je dat vóór zo’n wandeling doen.
Niet erna, met spierpijn en zelfkennis.
En toen zagen we het pas goed.
Ons avontuur bleek de 1e etappe van GRP Haute Vallée de la Cèze te zijn.
Deze etappe is 17,7 km lang, met +916 m klimmen en -507 m afdalen,
en duurt ongeveer 6 uur.
Chat vertrouwen lijkt makkelijk.
Maar een ouderwetse kaart controleren is echt beter.
Papier liegt niet.
Nou ja, tenzij het nat wordt.
-

Shein
Soms vind ik een schat.
Een vintage juweeltje.
Niks wat je op afstand ziet glanzen.
Maar als je het oppakt, hé dan klopt het.
Stevige naden.
Parelmoer knopen.
Een stof die oud is op de goede manier.
Er is ooit iemand geweest die hier liefde en tijd in heeft gestoken.
Kleding met ziel.
Ik loop er graag tegenaan, in stukken die iets hebben meegemaakt.
Omdat ik liever draag wat al een leven heeft gehad.
En precies dát botst op iets zonder enige ziel.
Shein. Dus.
De Chinese online winkel met bodemprijzen.
En juist zij willen nu fysieke winkels.
Om te beginnen in Parijs.
Vorige week speelde het overal.
Kranten, sociale media, en bij Croix.
Frankrijk is tegen.
De Senaat nam deze zomer al een wet aan tegen ultrafast fashion.
Soms pakken mijn collega’s en ik een Shein-shirtje op bij binnenkomst.
Voelen de stof.
Zien het merk.
Leggen het terug.
Het hangt niet in de winkel.
Nooit.
Want het lijkt nergens op.
En het staat haaks op alles wat telt.
Goedkope kleding kopen mensen wel.
Maar op de markt.
Of bij Croix.
Van oude vrouwen en mannen wiens huis is leeggehaald.
Er zit nog wel eens een naam in geborduurd.
Van iemand uit een verpleeghuis.
Soms wordt de naam weggehaald, soms blijft hij zitten.
Wordt het kledingstuk gewoon gedragen.
Omdat het stijl heeft.
Shein opende vorige week zijn eerste winkel in Parijs.
BHV Marais.
Drukte, kritiek, demonstraties.
Politiek, milieu, mode.
Iedereen heeft iets tegen.
De overheid dreigt de site offline te halen.
Sekspoppen met kinderlijk uiterlijk.
Veertig miljoen boete.
Shein past hier niet.
Haaks op alles wat Frankrijk heeft met kleding.
Terecht verzet.
Het zwarte vintage blousje met de parelmoer knopen liet zien dat alles wat telt, niet met één klik te koop is.
Ik verkocht het vanochtend.
Voor twee euro.
Kijk, dat is dan weer Croix. -

Mémé
Om vijf uur weg uit Les Brousses.
Om zeven in Almelo.
Direct naar de Albert Heijn.
Een kant-en-klaar maaltijd, dacht ik.
Maar de gevulde speculaas keek me aan.
De borstplaat ook.
In een gangpad vraag ik naar chocoladeletters.
Een AH-meisje kijkt alsof ik Frans spreek.
Blijkbaar is Sinterklaas iets van vroeger.
Kerst wint.
Zaterdag naar Dochters.
Amsterdam licht op als een etalage.
Lampjes, slingers, sterren, alles flikkert.
De Magere Brug glanst als nieuw geld.
De lucht koud, het water zwart.
Ons gezin samen op een brug versierd met lichtjes.
De stad bruist, en wij kijken toe.
Jongste voorop, met richtinggevoel.
Hip, druk, duur parkeren.
De trein was geen optie.
Want Oudste is zwanger.
En een zwangere verdient comfort.
Daarna wacht Almelo.
The place to be voor Oudste, komende tijd.
Omdat alles daar soepel verloopt wanneer het er echt op aankomt.
Iets dat in haar werelddeel minder gebruikelijk is.
De volgende dag stap ik om acht uur op de fiets.
Naar de tandarts.
Een must in Nederland.
In Frankrijk een ramp.
Daar wordt pas geleden om tanden en kiezen.
Op mijn opoe-fiets trouwens.
Zonder versnelling.
Zonder motor.
Gewoon trappen.
Ik lijk de enige.
Helmen, lichtjes, haast, alles raast voorbij.
Ik voel me net een museumstuk.
Een Mémé op een opoe-fiets.
Tussen al dat nieuwe leven om me heen.
Ik trap door.
Niet snel, maar wel zeker.
Er waait iets nieuws.
En ik fiets het tegemoet.Mémé = oma